Hou je mond nou eens!

Ik had al jaren een vriend, nou ja kennis eigenlijk meer. Hij praat meer dan dat hij luistert, als je begrijpt wat ik bedoel. We spraken regelmatig af, maar daarbij voelde ik me meer een hulpverlener dan een vriendin. En na afloop was ik helemaal leeggelopen.

Ik wist eigenlijk niet dat ik er zo mee zat, totdat ik in een cursus de leraar het woord “balans” hoorde zeggen.
Ik dacht: “Ja, dat is het!”

De volgende keer dat we afspraken, ik had er eigenlijk niet meer over nagedacht na die cursus, begon hij weer te praten. En te praten. En te praten. Nu was ik me veel bewuster van hoe geïrriteerd ik eigenlijk was. En van mijn eigen gedachten.

Ik dacht: “IK wil, IK wil, IK wil!!!” en “Hou je mond nou eens!”
Van binnen vrat ik mijzelf op. Maar dit keer lukte het me om er woorden aan te geven. Ik zei:

“Peter, ik stop je even, want ik zou wel wat meer balans in dit gesprek willen. Kun je je dat voorstellen?”

Hij dacht even na en zei toen:

“Ja, ik heb dat vroeger ook wel eens iemand horen zeggen. Ik ben blij dat je het zegt.”

We praatten toen nog even door en ik vertelde dat ik meer ruimte heb om naar hem te luisteren als er ook meer ruimte voor mij is.

Dit was nu een jaar geleden en sindsdien merk ik eigenlijk dat hij meer een vriend dan kennis is geworden. Dat hij veel beter naar mij kijkt, ik voel me ook veel meer mijzelf. Misschien wel omdat ik mezelf meer heb laten zien en me meer heb uitgesproken. Ja, ik ben nu meer mens.

Altijd weer die Telefoon

Ik zat samen met een collega in een oudergesprek. Bij dit gesprek waren zowel de ouders als leerling aanwezig. We bespraken de voortgang van de leerling. In de loop van het gesprek ging de telefoon van mijn collega en hij nam deze op (wat al meerdere keren in een oudergesprek gebeurd is).

Ik vond dit niet professioneel en ook respectloos naar zowel de ouders als de leerling toe. Daarbij voelde ik mij een beetje in de steek gelaten. 

Op dat moment wist ik zelf niets uit te brengen. Ik kon de juiste woorden niet vinden en ben alleen doorgegaan met het voeren van het oudergesprek.

Ik voelde nog wel de irritatie naar mijn collega toe en herkende eerdere gevoelens die ik krijg als mensen hun telefoon pakken wanneer je in gesprek met iemand bent. 

In een oefengesprek van Loodens heb ik mijn behoefte kunnen achterhalen. Deze persoon gaf in het gesprek terug: “Het klinkt alsof je een team wilt zijn en de steun van je collega goed kan gebruiken. En dat die telefoon daarbij niet helpt.”

Ik was zo blij met deze verheldering. Ja ik wil een team zijn en heb zijn steun nodig. Oudergesprekken vind ik nog best spannend om te voeren en doe dit graag op professionele wijze samen. Dus de volgende dag heb ik dat ook direct tegen mijn collega gezegd. En nadat ik dat heb uitgesproken eindigde ik met de vraag: “Kun je je dat voorstellen?”

Ik was even stil en vond het spannend om dit te vragen. Na een paar seconden zei hij dat hij zich dit helemaal kon voorstellen. Hij vertelde dat hij ook graag een team wilt zijn en of ik hem een seintje kon geven als hij weer met zijn telefoon bezig is. Want het is een beetje een verslaving gaf hij toe, waar hij zelf ook niet blij mee is. 

Ik ben heel blij dat ik me heb uitgesproken. Doordat ik mijn irritatie heb uitgesproken zijn we dichter bij elkaar gekomen en is onze samenwerking verbeterd.

De Verloren Zoon

Al na enkele lessen bij Loodens was ik meteen zo enthousiast, dat ik een communicatie feestje voor mijn vrienden organiseerde. Om ze met deze techniek kennis te laten maken.

We kwamen samen bij één van ons thuis en iedereen bracht zijn eigen vraagstukken in.
Mijn beste vriendin had al een paar jaar geen contact meer gehad met haar broer. Eerst lukte het niet zo goed om bij haar behoefte te komen, want er zat teveel verdriet en onbegrip tussen over hoe het allemaal zo gelopen was. Ze had al zoveel geprobeerd om het contact te herstellen!

Door de docent werd ze uitgenodigd om vooral ook haar boosheid naar haar broer in te brengen. Tot haar eigen verbazing hoorde ze zichzelf zeggen dat ze hem een klootzak vond dat hij zomaar hun verbinding had verbroken. Juist door ook deze kant toe te laten kon ze voelen hoezeer ze het contact met hem miste.

Toen ging ze oefenen wat ze nou tegen haar broer zou kunnen zeggen. Er kwam nog steeds af en toe boosheid naar boven. En dan weer verdriet. Dus het bleef heel lastig om tot een open gesprek te komen. Maar uiteindelijk is ze die avond tot de volgende twee zinnen gekomen:

“Ik wil graag contact met jou, want ik mis je:
is er iets wat ik kan doen om dat mogelijk te maken?”

Thuisgekomen vertelde zij over deze avond aan haar vader. Die had ook al heel lang geen contact meer gehad met zijn zoon, haar broer. Hij vroeg of hij de zin in haar plaats mocht gebruiken. Ze zei JA.

Haar vader heeft toen een korte e-mail geschreven naar zijn zoon met deze twee zinnen. Tot ieders verbazing reageerde hij voor het eerst sinds tijden niet afwerend.

En afgelopen kerst zaten ze voor het eerst weer met z’n drieën samen aan tafel.

Ik vind het zo bijzonder dat in één avond een zin werd gevonden die doorgegeven kon worden en die werkte om het contact te herstellen.

Wat als hij Nee zegt?

Mijn vader en ik hadden niet zo’n warme band. We hadden het over elkaars werk en dat was het wel zo’n beetje. Ik was net een cursus aan het doen toen ik voor een paar dagen bij mijn ouders op bezoek ging. Ik zat alleen met mijn vader in de woonkamer. Hij las de krant en ik was een tijdschrift aan het lezen toen hij zei:

Dat kan toch niet, dat een politieagent dat op Twitter zet!

Ik schrok even op van mijn tijdschrift. Ik was eigenlijk geïrriteerd, maar had dat nog niet door. Ik stelde de vraag:

Aha, en zou je nou iets van mij willen horen?

Hij keek me verbaasd aan en zei:

Nee, hoor, ik wilde het alleen even kwijt.

Toen hij die woorden uitsprak merkte ik eigenlijk pas wat me al die jaren had dwarsgezeten. Dankzij die cursus werd het me helder en ging op zoek naar de woorden. Ik ging SpeakUP&CheckIN-en.

Aha, en voor mij kost het wat energie om die zin te verwerken, dus dat zou ik alleen helder voor ons allebei willen hebben. Kun je je voorstellen dat het mij wat energie kost om zo’n zin te verwerken?

Hij keek me aan en zei:

Nee, dat moet je gewoon van je af laten glijden.

Ik vond dat een mooi inzicht en zei:

Aha, dus jij kunt dat gewoon van je af laten glijden?

Ja.

Ik zat nog steeds met spanning in mijn lichaam, daarom deed ik dus ik deed nog een poging om gehoord te worden.

Voor mij is het net wat anders en daar wil ik nog even over gehoord worden. Dat het mij wat frustratie oplevert en wat energie kost om te verwerken. Kun je voorstellen dat het voor mij zo is?

Hij keek me aan en zei na een stilte:

Nee.

Daar zat ik dan. Ik had mijn best gedaan en hij zei nee. Maar ik had nog steeds niet het idee dat we op één lijn zaten. Ik wist niet precies wat ik anders kon doen, dus ik herhaalde nog een keer:

Pap, ik wil alleen gehoord worden hoe het voor mij is. Dat het mij wat energie kost. Kun je je dat voorstellen?

Weer een stilte:

Nee.

Weer een nee. Ik checkte in met mijn lichaam, dat was nog steeds gespannen. Waarschijnlijk niet alleen van dit voorval, maar van een paar decennia frustratie. Maar ik kon nog steeds bij openheid komen en wilde met kracht aandacht voor mijzelf vragen.

Ik ging bij hem aan tafel zitten. Keek hem niet aan. Richtte me helemaal op mijzelf en zei met aardig wat emotie in mijn stem:

Pap, ik wil alleen gehoord worden dat het voor mij zo is. Kun je je voorstellen dat het voor mij zo is?

Een stilte. Ik keek nog steeds naar de grond en toen hoorde ik hem zachtjes zeggen:

Ja, dat kan ik me voorstellen. Soms zitten mensen anders in elkaar.

Ik ontspande helemaal en keek hem in zijn ogen. We keken elkaar aan en de tijd stond even stil. Ik zag hem weer als mens en hij mij misschien ook.

Vanaf dat moment, tot aan zijn dood, was het contact voor altijd verdiept. En konden we het af en toe met plezier hebben over wat hij in de krant had gelezen. Want daar ging het natuurlijk niet om. 

Nou, nu moet ik echt gaan hoor

Een of twee keer per week bel ik met mijn vader. Vroeger was dat iets waar ik tegenop zag, maar door de jaren heen zijn we eigenlijk een stuk naar elkaar toe gegroeid.

Nu kijk ik er eigenlijk wel naar uit. Mede door de tools die ik heb geleerd.

Maar één ding vind ik nog steeds ongemakkelijk en dat was het einde van het gesprek.

Als ik wilde stoppen en hij was nog aan het praten, dan zei ik niks. Dan dwaalde ik af.

Zo kon zo nog maar tien minuten of een kwartier voorbij gaan. Totdat ik dan weer wakker werd en iets zei als:

Pap, nu moet ik echt gaan, want ik heb een cliënt die op me wacht.

Of:

Ja, ja, ja, ok, nou, in ieder geval moet ik nu boodschappen doen, tot snel!

Mijn vader schrok dan een beetje en omdat ik al eigenlijk niet meer aan het luisteren was, zat er een wat geïrriteerde toon in mijn stem.

Dat zat me niet zo lekker, maar dat had ik zelf eigenlijk helemaal niet zo door. Totdat ik in een telefoongesprek met iemand van Loodens een SpeakUP&CheckIN hoorde om met meer kracht af te sluiten.

Ik dacht, die ga ik eens proberen.

De volgende keer met mijn vader merkte ik dat ik na een half uur begon af te dwalen, en zei ik:

Hé pap, ik merk dat ik eigenlijk wel aardig vol zit van ons mooie gesprek, en ik zou wel willen afronden. Hoe zou dat voor jou zijn?

Er was even een stilte. Ik voelde me wat ongemakkelijk, want ik dacht: “Oh shit, heb ik nu iets verkeerds gezegd?” En toen zei hij:

Ja, helemaal prima. Ik zat even te denken, maar voor mij is dit ook wel een mooi moment om af te sluiten. Ga ik weer verder met mijn dag.

Vervolgens merk ik dat we dan in alle rust nog wat lieve woorden zeggen en ik dan met een ontspannen gevoel afsluit. 

Ik denk ook vooral omdat ik niet in mijn eentje besluit dat het nu wel goed is, maar dat ik echt wil weten of het voor hem ook OK is. Hij heeft nu ook een keuze.

De Magie van Empathie

Ik zou niet zeggen dat mensen me vroeger een goede luisteraar vonden. Meestal kwam ik met advies of mijn eigen mening als mensen vertelden over wat hen dwars zat.

Maar ik heb het idee dat ik het luisteren na vier jaar oefenen een beetje onder de knie begin te krijgen.

Laatst belde een vriend die zat te klagen over een huisgenoot aan wie hij 100 euro had geleend.

Hij had al drie keer gevraagd om het geld, en telkens had die huisgenoot wat ongemakkelijks gezegd als:

Oh ja, ja, ik geef het je morgen terug.

Maar dan kwam morgen en dan zag mijn vriend die huisgenoot niet. Dit is typisch iets waarover ik in het verleden had meegeklaagd. Iets van:

Jeetje, wat een lul, dat kan je echt niet maken.

Maar nu ging ik JA’s halen, wat ik veel relaxter vind om te doen ook. Ik zei:

Dus je wilt meer vertrouwen in de mensen met wie je samenwoont?

Eerste keer JA.

En misschien vind je jezelf ook vervelend om zo om dat geld te zeuren, omdat je liever op een gelijkwaardige manier met elkaar omgaat.

Een tweede keer JA.

En als je thuiskomt na een dag hard werken wil je gewoon rust aan je kop en niet dat je gespannen zoiets hebt van: wat moet ik nou weer zeggen als ik mijn huisgenoot tegenkom?

Een derde keer JA.

En een diepe zucht van ons allebei.

Toen kwam deze zin bij mij naar boven:

En misschien wil je juist ook wel begripvol zijn naar je huisgenoot, omdat die op een kronkelige manier ook maar z’n best doet om z’n leven te leven en alle ballen hoog probeert te houden.

We zuchtten allebei nog een keer, een glimlach kwam op mijn gezicht en het was even stil.

Toen hoorde ik een zacht lachje aan de andere kant van de lijn. Ik vroeg wat er aan de hand was. Mijn vriend zei:

Er wordt net 100 euro onder mijn deur door geschoven.

Kernwoorden Versie 0.7

Nieuwe versie handleiding: 0.58

We hebben de feedback van cliënten en cursisten verwerkt en presenteren hier de laatste versie van de handleiding voor open gesprekken. Ook hebben we nog wat inzichten van onszelf toegevoegd.

Download hier de handleiding versie 0.58 »

Hierbij de wijzigingen ten opzichte van de vorige versie:

  • Oefening toegevoegd: Drie keer jezelf triggeren.
  • Het hoofdstuk ‘Wat is Empathie?’ uitgebreid met de kennis van Dominic Barter.
  • Het hoofdstuk ‘Oefenen in het dagelijks leven’ uitgebreid.
  • Tekstuele verduidelijkingen.

Deze handleiding word vrijgegeven onder een CC-BY-SA licentie, wat ongeveer betekent dat we deze handleiding en onderdelen uit deze handleiding vrij aan je geven. We vragen je om bij het verspreiden en aanpassen een verwijzing naar Stichting Loodens op te nemen en het gewijzigde materiaal onder een zelfde licentie te verspreiden.

Heb je suggesties om deze handleiding te verbeteren? Zou je ze naar erik@loodens.org willen sturen?

Wat is Hét Moment om wat te Zeggen?

Foto vrijgegeven onder creative commons door: https://bit.ly/2Dq1xME

 

Mijn naam is Yves en ik geef eerste hulp bij gesprekken namens Stichting Loodens.

We kennen volgens mij allemaal dat gevoel in onze buik, als we na afloop van een gesprek er opeens achter komen dat we in een gesprek niet hebben gezegd wat er écht speelde, niet oprecht zijn geweest, niks durfden te zeggen en uit angst of onzekerheid maar weer op onze tong beten. Dat pijnlijke gevoel na afloop in onze buik…

….Aaaargh!

Dat gevoel geeft aan hoe belangrijk het voor ons is om onszelf te uiten en hiervoor hebben we SpeakUP & CheckIN ontwikkeld. Om te zeggen wat er écht speelt en even bij de ander in te checken hoe onze boodschap overkomt.

Nu krijg ik regelmatig de vraag:

“Wat is nou een goed moment om iets te zeggen?”

Als antwoord op die vraag komt dan mijn zeilboot-avontuur naar boven.

Tien jaar geleden heb ik eens een tweedehands zeilboot gekocht, van een meter of acht, die al wat jaren op de kant had gestaan en onder het mos zat.

Ik had namelijk het idee opgevat dat zeilen wel wat voor mij zou zijn. Ik had een boek over zeilen gekocht, een motortje erbij en de wereld van het water lag aan mijn voeten.

Om een lang verhaal kort te maken: ik heb er geen enkele keer mee gezeild, de zeilboot lag uiteindelijk jaren ongebruikt in een gracht van Amsterdam en het motortje is gestolen.

Maar dat boek over zeilen, daar heb ik nog wel wat aan gehad.

Net als met die zeilboot ben ik ook in dit boek niet ver gekomen, ik heb alleen het eerste hoofdstuk gelezen.

In dat hoofdstuk gaat het voornamelijk over de regels op het water. Kleine boten wijken voor grote boten of andersom, nou, ja, in ieder geval stonden er wel twee pagina’s vol met regels op het water in dat eerste hoofdstuk.

Onder die hele rij regels, aan het einde van het hoofdstuk, stond nog één paragraaf en die is me wél bijgebleven.

De paragraaf ging ongeveer zo:

Als de wind stormachtig wordt, dan is het op een gegeven moment veiliger om de zeilen naar beneden te halen.

Wat is een goed moment om de zeilen naar beneden te halen?

Het eerste moment dat je denkt: is dit een goed moment om de zeilen naar beneden te halen?

Dat geldt dus ook voor SpeakUP & CheckIN:

Het eerste moment dat je denkt: is dit een goed moment om wat te zeggen?

Dát is het moment.
———————————————————————————–
Disclaimer: those who teach it usually need it the most.
———————————————————————————–

Sorry, Sorry, Sorry

Ik ben Yves en ik oefen gesprekken met mensen.

Laatst hoorde ik iemand zeggen: “Het gaat niet om de dingen die je zegt, maar de vragen die je stelt.

Vandaag wil ik één zo’n vraag met je delen.

Stel je voor dat je een volle dag hebt met afspraken en ToDo’s. Onderweg naar een afspraak zit het verkeer tegen en zit je in je hoofd te bedenken wat je allemaal nog wilt doen vandaag.

Na twee afspraken in de ochtend en tussendoor nog drie e-mails is het je gelukt om de lunch te halen.

Terwijl je even aan het bijkomen bent, kijk op je telefoon en zie je de tijd: “Shit!”

Je realiseert je dat je niet meer op tijd bij je volgende gesprek met een collega zal zijn.

Je stuurt een berichtje dat je een kwartier later bent.

Nu je dat berichtje heb gestuurd, ga je misschien lekker verder genieten van je lunch…of misschien ontstaat er een mix van stress, schuld en schaamte in jezelf.

Als dat laatste het geval is, heb je gedachten als:

“Ik heb ook veel te veel te doen.”

“Waarom ben ik nou weer te laat?”

“Mensen kunnen ook niet op me rekenen, ik ben zo onbetrouwbaar.”

(…)

Na je lunch sta je op en loop je naar de vergaderruimte.

Je staat klaar om de deur te openen en naar binnen te gaan.

Nu is de gouden vraag:

Met welke woorden wil je deze kamer binnengaan?

Misschien voel je je gestrest en schuldig en zeg je:

“Sorry, Sorry, Sorry, het verkeer zat tegen en het is écht een hectische dag…”

Of misschien wil je gaan focussen op de inhoud van de vergadering en zeg je:

“OK, ik ben er, waar zou je mee willen beginnen?”

Of misschien maak je een grapje of compliment om van het ongemak af te komen:

“Sorry dat ik te laat ben en ik hoop dat je even blij bent als ik dat ik er nu ben, ha ha.”

Ikzelf heb de bovenstaande en veel meer dingen geprobeerd in mijn leven en gemerkt dat ze me allemaal met wat spanning achterlieten.

Waarschijnlijk doordat de woorden niet helemaal weergeven wat er in mij omgaat op dat moment.

Misschien ook omdat ik niet zo heel veel rekening houd met de anderen in deze situatie.

Vaak kreeg ik een reactie als:

“Geen probleem,” of “Het is OK”. 

Soms klonk het heel oprecht…en soms vroeg ik me af:

“Meen je dat nou echt?” en merkte dat ik de rest van de vergadering met een gespannen gevoel bleef zitten en we vaak ook niet zo effectief waren.

Dus ik ging op zoek naar iets om in deze situaties te zeggen dat meer rekening houdt met:

  • Authenticiteit: zeggen wat er écht in mij omgaat.
  • Zelf-verantwoordelijkheid: ik ben verantwoordelijk voor dat ik later ben dan afgesproken.
  • De behoeften van de anderen: wat hebben zij op dit moment nodig?

Na maanden van onderzoek en te laat komen – in de naam van de wetenschap 😉 – heb ik allerlei zinnen geprobeerd.

Uiteindelijk kwam ik uit op deze vraag die mij veel ontspanning geeft en de mensen om mij heen ook.

Dus stel je weer voor dat je een kwartier later dan afgesproken voor die deur staat.

Je hand op de klink.

Focus even op je in- en uitademing om wat meer te aarden en word nieuwsgierig naar het effect van jouw te laat komen op de ander.

Vanuit deze nieuwsgierige, open houding, kun je de deur openen en inchecken met:

“Hé, hoe is het voor jou dat ik er later dan afgesproken ben?”

That’s it: één vraag die de het hele gesprek veel meer openheid en ontspanning kan geven.

Ik ben heel enthousiast over de resultaten in mijn eigen leven.

Met deze open vraag krijg ik iedere keer een andere reactie, daarom heet het een open vraag 🙂

Soms iets als:

Geen probleem, ik kon nog even een mailtje sturen.”

en een andere keer:

“Jammer, want nu hebben we minder tijd om aan ons project te werken.”

Deze vraag nodigt mensen uit om te zeggen wat er écht speelt…en het lijkt erop dat openheid tot meer onderling vertrouwen en ontspanning leidt, dan het wegmoffelen van ons ongemak.

(…)

Tot slot ben ik benieuwd: Zou jij deze vraag eens willen proberen en me vertellen of deze ook bij jou tot openheid heeft geleid?

———————————————————————-

Disclaimer: the people who teach it, usually need it the most.