De vijfjarige leraar

Ik ben Yves en ik oefen gesprekken met mensen.

Het is me opgevallen dat een gesprek oefenen vaak helpt onze angsten onder ogen te zien, voordat we een een echt gesprek induiken. De kracht hiervan werd me pas echt duidelijk na een gesprek met een vijfjarige.

Mijn neefje – die vijf was toen dit gebeurde – en ik brachten samen een middag door.

Na een wandeling in het park waren we toe aan lunch. We bestelden appelsap en twee broodjes bij een bakker aan de rand van het park.

Het was best warm, dus we zaten buiten op een bankje onze broodjes op te eten.

Twee mannen die ontspannen genieten van de zon op hun gezicht.

Ik had geen idee van het gevaar dat op de loer lag.

Het begon onschulding, net nadat we onze broodjes op hadden.

Mijn neefje zei: “Ik wil een croissant.”

Ik zei: “OK”, pakte wat geld uit m’n broekzak en gaf het aan hem.

Hij nam het geld aan en toen gebeurde er iets vreemds.

Mijn neefje liet zijn hoofd hangen.

Ik vroeg voorzichtig: “Wat is er?

Hij antwoordde met: “Ik ben bang.

Huh?”, dacht ik, ik pauseerde een moment en vroeg daarna: “Wil je delen waar je bang voor bent?

Met een fluisterende stem, nog steeds met een hangend hoofd, zei hij: “Ik weet niet wat ik moet zeggen tegen de vrouw achter de balie.” 

Ik was geraakt door de kwetsbaarheid en oprechtheid en zei een paar seconde niets.

Tijdens de stilte kreeg ik een idee: Als gesprekken oefenen werkt met volwassenen, dan werkt het misschien ook wel met een vijfjarige. 

Dus ik checkte bij m’n neefje: “We kunnen het gesprek oefenen, dan speel ik de vrouw van de bakkerij en jij speelt jezelf. Zou je dat willen proberen?”

Er verscheen een glimlach op zijn gezicht en hij knikte.

Ik stapte een paar stappen naar achter en deed alsof ik de vrouw uit de bakkerij was, en begon het oefengesprek: “Hoi, wat wil je hebben?”

Eén croissant.” zei hij.

Ik: “OK, ik zal even een croissant voor je maken.”

En hij onderbrak me, en wees naar de denkbeeldige tafel met broodjes voor me en zei: “NEE! De croissants zijn er al. Voor je op tafel.” 

Ik: “Oh…uh…ja, dat was ik even vergeten.

Ik stopte het denkbeeldige croissantje in een denkbeeldige zak en gaf het aan hem.

Maar voor hij de zak had ontvangen, rende hij de bakkerij al in.

Ik wachtte buiten een paar minuten op hem, nieuwsgierig wat er zou gebeuren.

M’n neefje kwam drie minuten later terug, met z’n armen in de lucht.

In de ene hand het zakje met de croissant, in de ander het wisselgeld.

En een lach op zijn gezicht van oor tot oor.

Hij had het gedaan!

En ik lachte ook van oor tot oor.

Een lach die kwam van het zien hoe iemand contact maakt met zijn moed…en iets doet wat hij eerst niet durfde.


Disclaimer: the people who teach it, usually need it the most.